Interview: Ted van Elten
Known For: co-worker for Kaasee, Rotterdam
By: Kees Smit/nederpunk.punt.nl
How: Email
When: October 2005
Comment: Died on 10 march 2014

S for Sick Old Men
H for heroin
E for equalize
L for ladies first
L for lies lies lies
South Africa Nigaragua Rhodesia

Shell KILLS KILLS
TO HELL WITH SHELL
TO HELL WITH SHELL
TO HELL WITH SHELL”

Tändstickorshocks, Rotterdam, 1980

Kees: Wanneer ben je voor het eerst in aanraking gekomen met het verschijnsel punk?
Ted: Eigenlijk zonder dat ik het wist in 1976. Als bijverdienste plakte ik toen affiches voor De Lantaren in de Gouvernestraat, meestal eksperimentele tejatervoorstellingen enzo. Totdat er affiches met een optreden van The Sex Pistols aangekondigd werd. Nog nooit van gehoord en ik was de enigste niet. Vraag me zelfs af of het woord “punk” toen al bestond. Bewust ben ik er voor het eerst mee in aanraking gekomen via John van de Weert, de latere zanger van de Rondos. We waren toen allebei [zonder vrienden te zijn overigens] lid van de KENml – de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland – marxisties-leninisties en John bracht er een keer de plaat Live at the Roxy Volume 1 mee met opnames van onder andere Slaughter and the Dogs, Wire, Johnny Moped, Eater, The Adverts. Kwa muziek was ik gelijk verkocht. Ik ben in 1957 geboren en was [en ben] gek op sixties muziek, maar toen ik de leeftijd had om zelf naar concerten te gaan was dat eigenlijk net over zijn hoogtepunt heen en werd je, naar mijn gevoel en herinnering dan, geterroriseerd door de symfoniese rock en de discomuziek. De energie die die plaat uitstraalde was een verademing, ik kreeg er echt een gevoel bij van hèhè, eindelijk gebeurt er weer eens wat. Het was natuurlijk allemaal niet in overeenstemming met de massalijn, want deze decadente cultuur zou jongeren alleen maar afhouden van de klassenstrijd [zo dacht ik er, ik schaam me bijna het te vertellen, ook twee maanden voor ik Live at the Roxy hoorde] en het socialisme. Om kort te gaan: dat lidmaatschap van de KENml had toen zijn langste tijd gehad. John van de Weert was al eerder opgestapt. 

Kees: Hoe ben je actief geworden in de punkscene en wat heb je zoal gedaan?
Ted: Vanaf mijn 14e was ik bezoeker en zoals alle bezoekers, medewerker van het Kreatief Centrum in Rotterdam. Een jeugdhonk zal ik maar zeggen, met een redelijk hoog hippiegehalte. Lag voor de gemeentecamping en de Rotterdammers die hun stad kennen weten wat dit betekent: op een enkele woonboot na in de wijde omgeving geen huis te bekennen en toch redelijk makkelijk met de fiets bereikbaar. Een ideale ligging dus.

Midden jaren ’70 moest en zou daar een parkeerterrein komen. Het jeugdhonk kreeg een vier keer zo groot houten noodgebouw aan de Gordelweg toegewezen… en de hele sfeer was weg. Van de oude bezoekers kwam bijna geen hond meer en de inmiddels aangetrokken gesubsidieerde jeugdwerker wist niet meer wat ie verzinnen moest of nog iemand binnen te krijgen. In die tijd woonde ik bijna om de hoek bij de Raketbasis. En mijn beste vriend, Rien (nog een blauwe maandag gitarist bij de Rode Wig geweest), woonde daar. Punk begon in Rotterdam toen duidelijk op te komen, maar er was nauwelijks gelegenheid om optredens of andere bijeenkomsten te organiseren. Eksit, het grootste jongerencentrum van Rotterdam, had er aanvankelijk namelijk helemaal geen trek in en is pas later bijgetrokken.

Rien kende wat punks,voornamelijk latere leden van de Tändstickorshocks, die graag een eigen basis wilden hebben en daar dingen organiseren. En ik kende een pand waar verder niks gebeurde. Zodoende… er werden een paar konserten georganiseerd met Nederlandse bandjes en van het begin af aan zat de tent, die inmiddels al Kaasee heette, vol. De ongeveer 20 vaste bezoekers van de oude klub vonden het in meerderheid (zie vraag 8!) best en zochten elders hun vertier, de jeugdwerker probeerde aansluiting te vinden door zijn haar te knippen en zich een overall met wat buttons aan te schaffen maar werd algemeen als faker beschouwd en ruimde noodgedwongen ook het veld, en 3 maanden later was Rock Against Religion er al.

Ik heb zelf van het begin tot het einde in Kaasee gewerkt, op het laatst ook betaald, en je kan me het beste zien als beheerder/mede-programmeur/chef algemene dienst. Ik kon zelf trouwens geen noot spelen, mijn enige optreden heeft zich beperkt tot het als een in het groen gespoten hulk met een rieten rokje aan op een trommel slaan in een gelegenheidsband met in ieder geval Ger Sax en verder weet ik het echt niet meer.

Kaasee was op de eerste plaats een podium waar opgetreden kon worden en ver daarna ook nog een soort café en een ruimte waar door bezoekers gevormde bands konden repeteren. Overigens heeft heel die Kaasee tijd van begin tot einde maar net iets meer dan 2 jaar geduurd.

Kees: Hoe waren de reacties van ouders, vrienden e.d. op het feit dat je punk “was”?
Ted: Als jij ook maar één keer in Kaasee bent geweest herinner je je tussen al die punks een figuur die zijn haar demonstratief lang had gelaten, geen buttons opdeed, in een PTT uniform rondliep met een grote bos sleutels en uiterlijk alle kenmerken had van een gedrogeerde hippie.

Kees: Hoe kijk je achteraf op de punktijd terug, wat waren positieve en wat minder positieve kanten ervan?
Ted: Positief vond ik de verzetshouding tegen de zogenaamde gevestigde normen en waarden, met de kraakbeweging (al moet ik zeggen dat dat nou juist in Rotterdam niet zoveel voorstelde), anti-arbeidsethos, op muziek- en andere gebieden het zelf doen, zoals platen in eigen beheer uitgeven in plaats van je afhankelijk te maken van een of andere bons van een platenmaatschappij die al dan niet wat in je zag. In Rotterdam heeft de Raketbasis, wat voor kritiek je er verder ook op kan hebben, wat dat betreft natuurlijk veel betekend. En verder natuurlijk: heel leuk stappen.

Het minder positieve, andere Rotterdammers op deze site hebben er ook al op gewezen en daarin volgens mij gelijk, dat langzamerhand het geweld in deze scene steeds meer ging overheersen. En dan 25 jaar later, maar het had ook 10 jaar later kunnen zijn: 95% van de gasten die het allemaal anders zouden doen zijn OF kompleet verburgerlijkt (zo iemand die zich hier Jan Lul laat noemen en vanwege zijn topbaan op 1 of ander ministerie per se niet met zijn eigen naam op deze site wil verschijnen, want wat mocht de baas eens van hem denken) OF al helemaal dood of vanwege langdurig drank/drugsgebruik zonder daar nog enige lol aan te beleven (zo niet,dan is het anders) hard op weg.

Kees: Heb je in de punktijd ervaringen opgedaan of dingen meegemaakt die van belang zijn geweest voor je verdere leven, je relaties met mensen en/of je persoonlijke ontwikkeling?
Ted: Vind je het erg dat ik daar niet al te filosofies op in ga? Ik heb er wat vrienden aan over gehouden, anderen zie ik nog regelmatig door de stad lopen of karren en van een enkeling heb ik geen idee wat er van geworden is. John van de Weert, ontwerper van het Rock Against Religion affiche, schijnt zich nu toe te leggen op het maken van religieuze kunst. Het kan verkeren. Maar dit heb ik uit het roddelcircuit, zeg ik er eerlijk bij.

Kees: Wat zijn je vijf favoriete punkplaten?
Ted: Ik ben al lang weer helemaal terug bij Cuby and the Blizzards. Maar de eerstelingen van The Damned, Wire, Dead Kennedys en de eerste 4 van The Ramones scoren spontaan het hoogst. En de singles van de Buzzcocks. Grootste teleurstelling: de Engelse groep The Members. Waanzinnig konsert van gezien in Eksit (ik heb 1 keer het nummer Sound of the Suburbs gehoord en vergeet het nooit meer) en vervolgens een plaat uitgebracht waar al die nummers door een veel te dun geluid kompleet gemolesteerd werden.

Kees: Wat wil je tot besluit zelf nog toevoegen?
Ted: Die Milan van der Louw is misschien van zijn leven twee keer in Kaasee geweest. Hij heeft geen cent subsidie geregeld. Niemand heeft een cent subsidie geregeld, want dat kreeg Kaasee al toen de punks het er overnamen en dat bleef gewoon doorlopen.

Toen Deelder Rock Against Religion opende was hij inderdaad nog niet zo bekend als nu in Nederland. Maar in Rotterdam wist iedereen al wie hij was. Omdat hij toen al regelmatig optrad in het TV programma Neon, dat ook veel aandacht aan punk besteedde, leek het ons (de organisatoren van RAR) een goed idee om hem voor 75 gulden te vragen het festival te openen op door hem zelf te bepalen wijze. Waarna 9 bands zouden optreden. We dachten dat dat goed zou passen. Hij ook. Dat bleek dus even iets anders te liggen en die 75 piek kunnen nooit genoeg zijn geweest om de rekening van de stomerij te betalen, want ook toen al liep Deelder strak in het pak rond. Van te voren was hij van plan, althans dat zei hij ‘s nachts in cafe Heavy tegen me, zijn voordracht te beperken tot de regels Allah is groot, Allah is machtig, alle Arabische vrouwen zijn drachtig. Wilde ter plekke toch meer waar voor zijn geld afleveren en kreeg een wagonlading van spuug en bier (en een paar eieren geloof ik) over zich heen. Na een minuut of twee zei Deelder tegen de zaal “jullie kunnen doen wat je wil, ik ga gewoon door” en dat deed hij ook. Verhalen dat hij voortijdig het podium verlaten zou hebben zijn echt gelul.

Enne,dat brandje dat een einde maakte aan Kaasee is gesticht door de enige bezoeker van de pre-punkklub die er nou net wel de schurft aan had dat ie zijn stekkie kwijt was. Zijn naam zal niemand wat zeggen, dus dat hou ik maar zo. Het gebouw stond toch al bijna letterlijk instorten, door storm waren platen van het dak afgewaaid en het was als gevolg van binnenvallende regen al een paar keer voorgekomen dat de stroom door kortsluiting uitviel. De gemeente, eigenaar van het pand, wilde eigenlijk ook niet meer repareren en dat had niet op de laatste plaats te maken met de ruiten van de tegenover Kaasee gelegen Lagere Technische School die ieder weekend ingekeild werden. En de buurtbewoners die hun hond niet meer uit durfden te laten nadat 1 of andere mafkees iemand met een mes in zijn lever had gestoken. Kortom, het was toen eigenlijk toch al op.

In gedachtenis het nummer To Hell with Shell van de Tändstickorshocks staat er sinds 3 maanden een gloednieuw Essostation waar eens Kasee was. Het Grootkapitaal heeft toch gewonnen…

Met dank aan Ted van Elten voor zijn medewerking.