Interview: Carlo Edel
Known For: guitarplayer for Infexion and Bugs, editor for Razorblade fanzine
By: Kees Smit/nederpunk.punt.nl
How: Face to face
When: 13 Maart 2003

Infexion @ De Bakkerij, Castricum 08.1979 (© Erik Verzijl)

Kees: Hoe ben je voor het eerst met het verschijnsel punk in aanraking gekomen?
Carlo
: Moeilijk terug te halen wat precies het moment was, ik luisterde veel naar bands als Status Quo. Toen ik een jaar of vijftien, zestien was kwamen uit Engeland de eerste punkgeluiden binnen, dat sijpelde af en toe ook door naar Nederland. Ik luisterde veel naar buitenlandse radiozenders omdat op de Nederlandse radio in die tijd punk of andere interessante muziek niet of nauwelijks gedraaid werd. Het was allemaal het top 40-werk en disco. Later was er bij de VPRO en de VARA het nodige interessants te horen, maar in de beginperiode vanaf pakweg 1976 zeker nog niet. Uiteindelijk ben ik tijdens een concert van de Nederlandse band Panic (toen nog Big Peter and the Terrible Garage) die naast hun eigen nummers Ramones-covers speelden zelf ook punk geworden. In muziekkrant Oor kon je toen ook regelmatig over punk lezen. De recensie van de eerste Ramones-LP in Oor sprak mij erg aan. De recensent had de gitaarakkoorden van de nummers van de plaat in de recensie vermeld. Volgens hem was dit muziek voor debielen en was het kinderlijk eenvoudig om de nummers na te spelen. Ik heb de recensie uitgeknipt en een gitaar gekocht en ik ben toen de akkoorden na gaan spelen. Het bleek toen best nog tegen te vallen om het echt goed en vooral in hetzelfde tempo na te spelen. Mijn eerste single was van Eddie and the Hot Rods, dat leek precies op Panic, ook oude rock ‘n’ rollers die in de punk verzeild waren geraakt. Voor mij was het eigenlijk meer een Panic-single. Toen was het hek van de dam.

Kees: Over Panic heb ik een verhaal gehoord waarvan ik me afvraag of het klopt: zanger Peter Penthouse zou een keer als Sinterklaas verkleed hebben opgetreden tijdens een concert in Zaandam.
Carlo
: Dat verhaal herinner ik me nog als de dag van gisteren. Het was trouwens niet in Zaandam maar in Paradiso. Ik was daar zelf bij. Ik heb er nog een tape van. Het was een Rock Against Racism avond. Peter kwam als Sinterklaas verkleed op, onder zijn pak had hij vuurwerk verstopt. Hij had een brandende sigaret in zijn hand, nam daar een haal van en stak met de sigaret toen het vuurwerk aan dat hij op zijn buik had gebonden. Brandend en al begon hij aan het eerste nummer, It’s My Pain. Daarna zijn de vlammen gedoofd door roadies door Peter heen en weer te rollen over het podium. Hilversum 3 heeft dit ook uitgezonden, de verslaggever zegt ook: “de brandende sinterklaas begint aan zijn eerste nummer”. In een blaadje (fanzine) dat ik Razorblade noemde schreef ik laaiende recensies over Panic. Later vroeg Peter zich in een interview nog af wie toch die idioot was die alles fantastisch vond wat ze deden.

Kees: Panic heeft ook in Oor gestaan met een verhaal over een Amerikaanse toernee met onder meer een optreden in de legendarische club CBGB’s. Dat verhaal leek volledig verzonnen te zijn, maar later bleek dat ze er echt geweest waren!
Carlo
: Dat was inderdaad een leuke publiciteitsstunt, Panic was trouwens altijd goed voor waanzinnige trucs, Peter kwam alleen gekleed in een broek met de Amerikaanse vlag erop op, er werd een stroboscoop aangezet en hij ging de vreemdste bewegingen maken, ook hebben ze een keer het drumstel met meel ingesmeerd dus toen ze daar op gingen spelen stoof het meel alle kanten op, er werden brandblussers en kratten bier geleegd op het toneel, de gekste dingen.

Kees: Ongeveer eind 1979 stopte de Panic ermee als ik het goed heb?
Carlo
: Ja dat klopt, ze hebben toen nog een LP gemaakt, 13, geproduceerd door Peter van Bruggen, dat lijkt totaal niet op hoe het live was, het is helaas kapot geproduceerd. Daarna is Peter ten Seldam (alias Peter Penthouse) in de theaterwereld terecht gekomen. Hij ging rare shows doen waarin een band oude Panic-nummers speelden en tegelijkertijd literaire voordrachten werden gehouden. Dat was rond 1982 ook afgelopen.

Kees:Toen ik zelf met punk in aanraking kwam was dat via Herry Hubert, een vriend op de middelbare school, en later ook via Henk Smit (Graaf Hendrik) die een platenwinkeltje in de Hartenstraat had (No Future) en nu nog een platenlabel runt dat Kangaroo records heet. Hij heeft vorig jaar de demo’s van Jezus and the Gospelfuckers en Agent Orange op CD en LP uitgebracht.
Carlo
: Die Henk ken ik niet, maar Jezus and the Gospelfuckers natuurlijk wel. Ik heb ze nog naar Amsterdam gehaald. Dat waren kids uit Heemstede of zoiets. We hadden een benefiet georganiseerd in het gekraakte NRC-gebouw waar we bands voor nodig hadden. We hebben toen ook de Gospelfuckers gevraagd en Ivy Green. De Gospelfuckers hadden hele dure apparatuur en gitaren, gekocht door hun ouders. Dat concert was januari 1979. Het was een benefiet voor Fred van de VD Patients die door een dronken agent was neergeschoten in een snackbar op het Leidseplein. Van de opbrengst vande benefiet hebben we voor Frank een TV gekocht. Die Gospelfuckers hadden ook nieuwe leren jasjes gekocht en honden-halsbanden om hun nek, ook allemaal gloednieuw. Ze werden hier in Amsterdam een beetje lacherig ontvangen.Het waren ook geen aardige jongens, ze waren altijd op vechten en slopen uit. Er kwamen altijd moeilijkheden van. Wij gedroegen ons ook wel raar, maar op een meer gezellige manier. Niet bijvoorbeeld van twintig auto’s de spiegels aftrappen, dat vonden wij vrij zinloos. Ze hadden duidelijk een andere mentaliteit. Wij hadden toch wel een bepaald idealisme. Maar anderen waren alleen maar bezig met de boel slopen, dingen jatten enz. Dat sprak ons niet aan.

Bugs @ De Bakkerij, Castricum 08.1979 (© Erik Verzijl)

Kees: Ik herinner me de VD Patients omdat de broer van Dimitri, een vriend van mij, in die band speelde, die heette Igor als ik het goed heb.
Carlo
: Ja dat klopt, Fucking Peter, Frank en Igor speelden in de VD Patients.

Kees: NRC doet me denken aan een van de andere vreemde figuren die ik in die tijd ontmoet heb, Ivar Vics alias Dr. Rat.
Carlo
: Ik heb Ivar in het begin meegemaakt, die hing altijd rond in de Sarphatistraat in club DDT, later het Zebrahuis, tegenover het pand Huize Chaos waar bijna alle punk-bandjes uit die tijd repeteerden (op nummer 87 of 89 of daaromtrent). Ivar was toen al compleet gestoord bezig, slikte handenvol tabletten en dronk erbij. Hij was er wel altijd bij als we optreden met Infexion en dat gaf bijna altijd problemen. Hij heeft nog eens na een concert in Amstelveen een auto opengebroken en alle cassettebandjes eruit gestolen. We werden toen door de politie aangehouden. Daardoor misten we de laatste bus naar Amstelveen en inderdaad was ik witheet op Ivar omdat die lul ervoor gezorgd had dat dertig mensen de bus hadden gemist en naar huis moesten lopen. Ivar heeft trouwens prachtige posters gemaakt voor het NRC optreden, daar heb ik er nog een van.

Kees: Ik heb nog een affiche gemaakt door Ivar van een concert in Paradiso, die zal ik je laten zien.
Carlo
: Ja daar ben ik wel benieuwd naar, want die ken ik niet. Kort na het optreden in Amstelveen is Ivar toen doodgegaan omdat hij in zijn eigen braaksel gestikt is. Het was een rare jongen maar hij had heel veel talent, jammer dat hij zo vroeg gestorven is.

Kees: Radio Stad Amsterdam heeft nog een vierdelige documentaire over Ivar uitgezonden in 1982. Die heb ik via de moeder van een vriendin van mij weten te bemachtigen.
Carlo
: Radio Stad heeft ook nog een documentaire over Infexion gemaakt in de studio. Die heb ik nog wel ergens.

Kees: Hoe reageerde de omgeving (ouders, school, vrienden) op het feit dat je punk werd?
Carlo
: Naar mijn idee vond men dat helemaal niet zo erg, het werd als een tienertrend gezien, de meeste ouders hadden zelf de rock ‘n’ roll meegemaakt en herkenden dat wel, ze dachten dat het wel weer over zou gaan en dat er over twee jaar wel weer iets anders zou komen. Scholen waren niet blij, want de meeste mensen die zich bij de punkbeweging aansloten waren redelijk opstandig en vervelend op school. Veel spijbelen enzo en vaak blijven zitten. Mijn ouders moesten er wel een beetje om lachen maar ze keken er niet raar tegen aan.

Terugkijkend was het opvallend dat heel veel punks gescheiden ouders hadden. De controle was daardoor wat minder dan bij gezinnen waar de ouders nog bij elkaar waren. Drugsgebruik leverde wel problemen op, vooral harddrugs en pillen. Vaak deelde iemand zo maar wat pillen uit die je dan slikte zonder je af te vragen wat je eigenlijk innam. Dat was wel iets waar ouders vaak grote problemen mee hadden en dat is eigenlijk ook best wel begrijpelijk en, althans in sommige gevallen, terecht. Maar kijk naar de hippies in de jaren zestig, die deden het ook, met LSD en andere drugs. Een aantal mensen uit de scene van die tijd zijn vooral door extreem drugsgebruik overleden of gek geworden en in inrichtingen beland. Er zijn niet veel mensen ongeschonden uit tevoorschijn gekomen. Voor mij geldt dat misschien ook niet maar gelukkig heb ik het wel overleefd. De drummer van Infexion is later ook helemaal doorgedraaid en in een inrichting opgesloten. Figuren als Ivar en lange Emiel zijn doodgegaan.

Er waren kleine groepen die al vanaf het begin heroïne gingen gebruiken, we noemden die de havenarbeiders omdat ze uit die kringen kwamen. Toen iedereen nog blowde waren zij al met heroïne bezig. Ook de Oosteinde-groep was wat dat betreft berucht, ik hoorde daar zelf niet bij, in de Sarphatistraat-groep waar ik bij hoorde was het ook wel een gekkenhuis maar daar hielden ze het nog een beetje in de hand. Wij waren de blowers en zij de zuipers. Dat was een verschil in houding en gedrag.

Infexion @ De Bakkerij, Castricum 08.1979 (© Erik Verzijl)

Kees: In de documentaire “Punk, Lang Leve de Lol” van Alfred Broer wordt onderscheid gemaakt tussen PC punk (zogenaamd politiek correct) en Lang Leve de Lol punk. Hoe zie je dat?
Carlo
: Die scheiding was er duidelijk maar die zat niet tussen Oosteinde en de Sarpathistraat maar meer bijvoorbeeld tussen Amsterdam en Rotterdam. De mensen van Rondo’s en Raket uit Rotterdam waren met hele andere dingen bezig dan wij in Amsterdam. Zij kwamen voort uit een communistische haventraditie en waren erg zuiver in de leer met een filosofie over de revolutie. Ze vonden Mao ook te gek, dat heb ik nooit begrepen. Die was net zo erg als Stalin, maar dat mocht je dan niet zeggen, dan snapte je het zogenaamd niet. We hebben gezien wat daar van gekomen is.

De rivaliteit tussen Amsterdam en Rotterdam was zeker ook in punkkringen sterk aanwezig. We hebben wel een paar keer in Rotterdam gespeeld maar ook dat was geen succes. Wij speelden rock ’n roll en zij een soort van staccato stijlbloempjes en hoogdravende teksten die er niet echt toe deden. Ze wisten het allemaal zo goed. En reggae dat mocht ook niet, want dat was seksistisch.

Kees: Omdat ik te jong was om vanaf het begin actief te zijn, probeer ik aan de hand van verhalen achteraf te reconstrueren hoe de scene eruit zag. Het is wel grappig dat de verschillende verhalen vaak anders luiden en soms zelfs met elkaar in strijd zijn. Waarschijnlijk komt dat ook omdat het een tijd was waarin veel gebeurde en mensen zich niet alles precies meer herinneren.
Carlo
: Volgens mij is een belangrijk onderscheid tussen diegenen die in die tijd in staat waren zich te organiseren en diegenen die dat niet konden. Van veel bands die zeer de moeite waard waren is niets uitgekomen, soms zijn er zelfs niet eens tapes meer van overgebleven. Zo is van Infexion, VD Patients en 123 vrijwel niets aan opnamen bewaard gebleven voor zover ik weet. Er waren nog geen walkmans of goede betaalbare cassetterecorders dus het was heel moeilijk om dingen op te nemen. Voor duurdere apparatuur was gewoon geen geld. Ludwig Wisch van Lulu Zulu heeft wel een keer een viersporen-opname gemaakt van Infexion tijdens een repetitie. Die opname liep echter op een andere snelheid en de versie die ik daar van heb is totaal vervormd.

Je had ook de Koekrand-scene met Diana Ozon, Hugo Kaagman en de onlangs overleden Johan van Leeuwen. Die waren wel met punk maar ook veel met kunst bezig. Diana schreef gedichten op de muur van onze oefenruimte waar we toen helemaal niets van begrepen, we konden er ook helemaal niks mee. Wat wel leuk was van de Koekrand-mensen was dat ze T-shirts en badges maakten en ook verkochten. Dat was wel een zinvolle bijdrage.

Kees: De derde vraag is daarmee reeds beantwoord, want die ging over het milieu waarin je verkeerde binnen de scene.
Carlo
: De mensen waar ik toen mee omging kwamen vooral uit een arbeidersmilieu met een enkele verdwaalde intellectueel. Veel kinderen van gescheiden ouders en als z vanuit de provincie kwamen hadden ze vaak rijke ouders. Maar over het algemeen vrij “gewone” mensen. De punk van tegenwoordig is een soort uniforme beweging geworden. Toen ik in Infexion ging spelen had ik lang haar. Iedereen vond dat ik dat moest afknippen, maar het leuke van punk was voor mij juist dat je kon doen waar je zelf zin in had. Je hoefde niet te conformeren. Tegenwoordig zien bijna alle punks er hetzelfde uit, het is nogal een eenheidsworst geworden.

In het boek Het Gejuich was Massaal staan foto’s van Infexion tijdens een optreden in de Bakkerij in Castricum. Dat verhaal dat het halve dorp zou zijn gesloopt is trouwens wel wat overdreven. Het was zelfs goed georganiseerd met contracten en al. Natuurlijk was het wel een gekkenhuis maar we hebben zeker niet het halve dorp vernield. In de plaatselijke snackbar is wel wat schade aangericht.

Infexion is begonnen in 1977. Ik was gitarist. In onze oefenruimte speelden daarnaast The Bugs en Motorboat. Ik ben toen gevraagd om af en toe in te vallen in Bugs als een van hun gitaristen niet kon. Ik heb een paar optredens met ze gedaan. Uiteindelijk vertrok de rest van Infexion naar Jamaica. Ze hebben in een keer hun uitkering opgenomen en zijn vertrokken. Hun ideaal was dat de beroemde reggaeproducer Lee Perry een opname van Infexion zou mixen. Ze hebben de demo die Ludwig Wisch had gemaakt aan Lee Perry gegeven, deze vond dat muziek ofwel reggae ofwel disco was. Dit was geen reggae en dus was het disco! Lee Perry schijnt de tape gemixt te hebben maar de tapedikte verschilde. Perry heeft toen een mix gemaakt door met één hand aan de knoppen te draaien en met de andere hand de tape in de recorder te houden. Het resultaat heb ik helaas nooit gehoord.

Ik ben niet mee gegaan naar Jamaica omdat ik mijn opleiding wilde afmaken. Na Infexion kwam ik eind 1979 permanent in Bugs terecht. Tot ongeveer 1983 heeft Bugs bestaan. We hebben in 1981 een 12-inch (Emotion) gemaakt op het Sublabel (onderdeel van Torso gerund door Hansje Joustra) en daarna een reggae-single(Amstel) in 1982. Met Hansje Joustra hebben we helaas ruzie gehad zodat de samenwerking niet is voortgezet. Ik ben er toen mee opgehouden omdat ik het niet zinvol maar vond om een paar avonden per week voor een appel en een ei ergens te spelen zonder het idee te hebben dat je vooruit kwam. Ook wou ik mijn opleiding afmaken en een vak leren. Ik heb er wel heel veel plezier aan beleefd. Halverwege jaren tachtig ben ik gaan spelen in ESP die zowel punk als reggae maakten. Dat heeft geduurd tot ongeveer 2001 toen de drummer ging emigreren naar de VS.

Kees: Ik heb ook wel eens gehoord dat Lee Perry in Amsterdam zat toen de Vondelstraat-ontruiming was.
Carlo
: Perry is zeker in Amsterdam geweest maar volgens mij niet bij de ontruiming in de Vondelstraat. Hij is in die tijd wel geweest in een platenzaak van het label Black Star in de Vondelkerkstraat, daar is men mee in de war waarschijnlijk. Ik ben daar nog geweest en heb daar vijf 12-inches gekocht voor 5 gulden per stuk die nu heel zeldzaam zijn geworden. Perry had de muren daar helemaal volgekalkt met allerlei waanzinnige teksten.

Met Bugs hadden we een oefenruimte in Paradiso. Het kwam vaak voor dat er geen voorprogramma was als er een band speelde of dat het voorprogramma niet kwam opdagen. Wij werden dan gebeld of we het voorprogramma wilden doen. Dat was makkelijk, want onze spullen stonden toch al in Paradiso. Zo konden we spelen met Ramones, Buzzcocks, Undertones en U2. Dat waren toen nog geen sterren, je kon gewoon met ze praten en in de kleedkamers komen. Een paar jaar later was dat veranderd en hadden ze een heel cordon beveiliging om zich heen waardoor ze niet meer te benaderen waren. Tijdens het eerste reünieconcert van Buzzcocks in Paradiso in 1989 heb ik trouwens nog wel de ESP CD aan gitarist Steve Diggle kunnen geven. We hebben ook nog in Rotterdam gespeeld in het voorprogramma van Buzzcocks samen met Gang of Four. Ik heb toen nog bij jou hier voor de deur bij het stoplicht in een enorme plas water gelegen met een stapel posters omdat het busje van Gang of Four te snel optrok toen het stoplicht op groen sprong.

Wat leuk is: als ik op straat loop en ik kom iemand uit die tijd tegen dan hoef ik hem of haar niet eens gedag te zeggen maar dan heb ik toch meteen een gevoel van vertrouwen. Ik zou bij wijze van spreke zo iemand zo mijn portemonnee hebben gegeven. Zonder dat er misschien echt contact is voel je je toch met elkaar verbonden, zo van, wij hebben dit samen meegemaakt, wij weten het.

Kees: Ben je de laatste jaren nog naar punkconcerten geweest, bijvoorbeeld The Damned of Dead Kennedys?
Carlo
: Ik heb daar niet zoveel meer mee. Dead Kennedys heb ik nooit goed gevonden en The Damned vond ik ook niet zo geweldig. Ik heb wel de reünieconcerten van Buzzcocks gezien omdat ik dat in het begin ook al een geweldige band vond. Ze hebben het nog steeds. Die hardcore-punk is nooit iets voor mij geweest. Sham 69 vond ik al erg hard. Tegenwoordig ben je ook wat beheerster dan vroeger, je weet wat je doet. Als we vroeger in Paradiso speelden deden we geen soundcheck en deugde er weinig van de apparatuur. We gingen er gewoon voor zonder enige reserve. Na tien minuten was je al uitgeput. Het midden in de nacht met spullen slepen en het gereis vond ik heel vermoeiend. Het optreden zelf vond ik heel leuk maar alles er omheen beviel me steeds minder. We hebben wel in boerderijen op hooizolders gespeeld waar alle apparatuur naar boven gesjouwd moest worden. Het was liefdewerk oud papier maar het was wel lachen.

Kees: Was je ook actief in de kraakscene ?
Carlo
: Ja ik woonde in Huize Chaos een kraakpand tegenover DDT in de Sarphati-straat. Daarvoor hadden daar hippies gewoond maar in 1978 werd het pand overgenomen door de punks en allerlei mensen die geen onderdak hadden. Er waren vaak ruzies met andere bewoners als bands in de ochtend al gingen spelen. Die andere bewoners wilden dan slapen en dat ging dan niet vanwege de herrie. Er heersten daar vreemde toestanden met allerlei vreemde drugs. Soms stonden we te spelen en dan hield iemand een papiertje onder je neus met een of andere poeder dat je opsnoof. Dat bleek dan later pervertine (een sterk pepmiddel) te zijn geweest waardoor je als het ware 48 uur later nog aan het spelen was. Je deed dat gewoon zonder je af te vragen wat er met je gebeurde. De mentaliteit zoals ik dat toen ervaren heb was een beetje van: we gaan toch met z’n allen naar de klote, er komt zeker een kernoorlog, de wereld zal vergaan, we zijn voor eeuwig werkeloos, dus laten we er maar lekker een klerezooi van maken, want het maakt toch allemaal niet meer uit, want het houdt binnenkort allemaal op.

Met Infexion hebben we ook meegewerkt aan een documentaire van de VPRO getiteld No Fun. Die moet nog wel ergens in de archieven van de VPRO liggen. Het is een korte speelfilm waarin Robbie, de zanger van 123 de hoofdrol speelde (de film is in mijn bezit, Kees). Infexion is gevraagd om de soundtrack te verzorgen. We hebben daar echt een officieel contract voor gesloten en Infexion heeft toen 700 gulden gekregen. Dit geld ging vrijwel direct op aan drank en drugs, hoewel ik gelukkig wel 150 gulden heb kunnen reserveren om een gitaar te kopen en een fuxxbox.

Er zijn opnamen gemaakt in het NRC-gebouw en op de achtergrond zie je dan Infexion spelen. De film werd gedraaid en we hebben ons hele repertoire in een half uur afgewerkt. We waren kapot. Toen zei de opnameleider: Nu gaan we het echt opnemen. Toen moest de hele set nog een keer gespeeld worden. Robbie van 123 speelt in de film een scene waarin hij met een meisje in bed belandt, je ziet hem in zijn blote kont met zijn broek op zijn knieën in beeld. Hij is daar jarenlang mee gepest. Later vertelde hij dat hij het eerst niet wou maar dat ze hem een paar limonadeglazen vol wodka hebben gegeven waarna hij overstag ging.

Kees: Ken je ook de film Pinkel van Dick Rijneke ? Die gaat over de gitarist van de Rotterdamse band Tändstickorshocks die later extreem rechts wordt en zich aansluit bij de Nederlandse Volksunie.
Carlo
: Ja die film die heb ik gezien. Die is denk ik ook wel bij de VPRO te krijgen. De VPRO heeft trouwens gemakshalve een groot aantal voorprogramma’s in Paradiso opgenomen. Ik heb van iemand een keer een mengpaneelopname van Infexion in het voorprogramma van Gangof Four gekregen. Eigenlijk mocht dat natuurlijk niet zonder toestemming van de band maar achteraf is het misschien wel een goede zet geweest.

Kees: Heb je ook die Helmettes site gezien?
Carlo
: Ja dat is heel leuk maar natuurlijk compleet fake. Joris Driepinter zoals hij werd genoemd (echte naam: Joris Pelgrom) was de zanger van Helmettes. Eigenlijk was dat helemaal geen band. Joris werkte in de platenzaak van Hansje Joustra (No Fun op de Rozengracht) en ze kregen als grap het idee om met Hansje een single te maken. Ze hebben toen een gelegenheidsband samengesteld met leden van God’s Heart Attack en Frankie van Softies. Joris had nog nooit gezongen maar ze hebben hem meegesleept naar de studio en heb gehoord van Dirk Polak van Mecano die de boel heeft geproduceerd dat ze Joris letterlijk hebben geschopt om hem te laten gillen op het nummer Half Twee. Ik had zelf een enorme hekel aan Joris. Er waren toen heel wat bandjes die al optredens en zo deden maar die kwamen bij Hansje Joustra niet aan de bak. En toen haalde hij voor de grap zo’n elitejochie voor de microfoon en stak daar geld in. Ik had daar toen enorm de pest over in. Hij stond een keer in de Octopus op de Keizersgracht te spelen en ik ben toen op een kruk gaan staan en heb hem van een meter afstand in zijn gezicht gespuugd. Fuck off, klootzak, zei ik. Later heeft hij in een interview zwaar op mij afgegeven vanwege die gebeurtenis. Achteraf zeg ik: Joris, het was terecht, ik heb er geen spijt van, maar ik moet wel zeggen dat die Helmettes-single wel de beste Nederlandse punkplaat is die er gemaakt is. Dirk Polak heeft trouwens later ook de Bugs 12” Emotion geprodu-ceerd. Met Mecano hebben we in België een paar weken in de studio gezeten. De muziek van Mecano vond ik heel goed, alleen die intellectuele teksten van Dick Polak heb ik altijd volstrekt onbegrijpelijk gevonden. Ik begrijp nu nog niet waar die over gaan. Hij was voor ons wel een bron van inspiratie.

Kees: Verder zat op No Fun (naast God’s Heart Attack, Mecano en Helmettes) nog de band Subway uit Groningen.
Carlo
: Ja de meningen waren nog al verdeeld over die band, zelf vond ik er niet veel aan, hoewel hun slogan Jesus loves me but I don’t care wel grappig was. De jongens van God’s Heart Attack waren er heel vroeg bij, die waren volgens mij in 1976 al punk. Pieter Kooyman speelde gitaar en zijn broer Frank speelde bas. En dan had je nog Ronnie Tampon op drums die ook de drummer was op de Helmettes-single. En Ronald van der Brink was de zanger/gitarist. Later is Ronald de band Motorboat begonnen samen met mij en Pebbles, de enige vrouwelijke gitariste die een beetje wat voorstelde. Die band Motorboat liep ongeveer parallel aan Infexion hoewel het misschien net iets eerder was. Ivy Green begon al in 1975. Weet je trouwens wat er van Tim Mullens terecht is gekomen? Men zegt dat hij nu in een inrichting zit.

Kees: Ik heb wel een keer de vader en moeder van Tim heel toevallig ontmoet toen mijn eigen vader in het ziekenhuis lag. Ik heb toen nog gevraagd of ze aan Tim wilde vragen mij te bellen maar zijn vader was toen ernstig ziek dus zijn hoofd stond er waarschijnlijk niet naar. Dat moet in 1998 zijn geweest.
Carlo
: Dan had je nog die jongens van The Tits maar dat vond ik eigenlijk maar niks, compleet fake. Er waren veel mensen die op de langsrijdende trein sprongen maar niet echt tot de harde kern behoorden, zoals ook de Suzannes en Paul Tornado. Best leuke platen, vooral die single Van Agt Casanova. Er waren ontzettende klieken in die tijd. Je had ook nog die Nitwitz-kliek met de Gotterflies en Fanta. Aardige jongen was dat.

Vervolgens wordt de plaat Wielingen Walgt opgezet (de Götterflies kant).

Carlo: Als dat niet punk is dan weet ik het niet meer. Ze hebben niet veel gespeeld dus dan heb je een eldzaam optreden gezien. Dat was een heel andere groep dan weer ik in zat. Het is jammer dat er in die tijd veel te weinig is opgenomen. Van de Helmettes herinner ik me ook nummers die nooit zijn uitgebracht en die geweldig waren. Zelf heb ik in die tijd het fanzine Razorblade gemaakt in zeer kleine oplagen. Die blaadjes zijn ook te vinden bij het Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Ik ken iemand die Martijn de Jonge heet. Die is nu een bekende professionele fotograaf geworden maar hij heeft een geweldig archief met allemaal foto’s uit de tijd. Hij was fotograaf van Paradiso. Ik kocht destijds van hem foto’s voor mijn fanzine. Dus als je een goede bron voor foto’s zoekt is hij een zeer goede tip.

Ik werkte samen met een ander fanzine uit Leiden, Pin. Dat werd gerund door Herman de Tollenaere, de zanger van de band Cheap ‘n’ Nasty. In dat blaadje werden ook discussies gevoerd over wat wel en niet punk was. Zo was ik vanaf het begin een fan van The Jam, maar die gingen later meer de popkant op met invloeden van The Beatles en zo. Veel punks vonden dat maar niks als ik zei dat dat de nieuwe weg was werd ik vaak verketterd.

Kees: Ik werd er vaak op aangekeken dat ik naast punk ook naar new wave luisterde zoals The Cure en later Joy Division. De zogenaamde echte punks vonden dat maar niks terwijl ze in latere jaren wel vaak naar die bands gingen luisteren toen het met punk halverwege de jaren tachtig een beetje afliep.
Carlo
: Punkbands die ook popmuziek speelden spraken mij altijd meer aan dan hardcore-bands die alleen maar wilden rammen en de snelste band wilden zijn. Ik weet nog dat de eerste Undertones-single Teenage Kicks uitkwam. We hadden toen bij een kruidenier op de Rozengracht flessen bier gekocht en zijn die gaan opdrinken in de winkel No Fun van Hansje Joustra. Hansje werd helemaal gek toen die Undertones-single verscheen. Hij sprong zowat over de toonbank heen alsof hij een stroomstoot door zijn lichaam kreeg. Dat waren de echte klassiekers. Pure drie minuten pop. Wat ook diepe indruk op mij maakte was Sex Pistols, die muziek gaf me het gevoel dat ik door een muur kon lopen, zo van, wat muur, niks muur, ik loop er gewoon doorheen. Dat heeft ook met je leeftijd te maken, ik was toen net zestien. Ik denk de laatste tijd veel over die tijd na, misschien is dat een bepaalde levensfase waar ik in zit. Toen het allemaal pas achter de rug was heb ik er heel lang niet over kunnen of willen nadenken en praten. Je denkt het is voorbij, ik moet verder met mijn leven. Pas na een aantal jaren lukt het je dan weer om terug te kijken in perspectief en je te realiseren wat nu eigenlijk allemaal gebeurd is en waarom.

Kees: Voor mij is vooral van belang geweest dat ik in 1989 betrokken raakte bij de band NRA die toen net was opgericht. Met die band heb ik ook opgetreden en dat was voor mij een soort nieuw begin. Want eind jaren tachtig luisterde ik nog wel naar punk maar de nieuwe bands die er toen waren spraken mij niet echt aan.
Carlo
: Als je bijvoorbeeld hoort dat zo iemand als Joe Strummer dood is, dan schrik je toch wel. Hij heeft zelfs nog een T-shirt voor me beschreven met een tekst in het latijn. De rest van de bandleden hebben toen hun handtekeningen op het shirt gezet. Het gevoel daarbij was: jullie zijn kameraden van mij, we zijn met dezelfde dingen bezig, jullie zijn net als ik. En als ik dan tijdens een James Bond film ineens een nummer van The Clash gedraaid hoor worden sta ik wel raar te kijken. Diezelfde man die naast me zat en mijn T-shirt beschreef is ineens een deel van de soundtrack van een James Bond-film geworden. Dat zijn weirde ervaringen. Hetzelfde geldt voor die twee leden van de Ramones die nu dood zijn en als een soort legende worden beschouwd. Dat waren eigenlijk doodgewone jongens waar je heel normaal mee om kon gaan en lachen. Ik droeg toen altijd witte T-shirts want daar kon je op tekenen. Zo heb een ook nog een shirt waar Pete Shelley de zanger van Buzzcocks een tekst op geschreven heeft. Hij zei: What Do You Want ? Ik zei: What do You Want ? Dus hij schreef: I said What Do You Want and He Said What Do You Want, Well There’s No Answer to That, is There?

Infexion @ De Bakkerij, Castricum 08.1979 (© Erik Verzijl)

Ook heb ik een handtekening van Sid Vicious, waarschijnlijk als enige ter wereld want van Sid Vicious is bekend dat hij nooit ergens zijn handtekening op zette. Zelfs de platencontracten tekende hij niet. Ik was een keer met mijn vriendin in Londen in Music Machine voor een concert van The Slits. Ineens kwamen Sid en Nancy met een heel gevolg van wel vijftig mensen achter zich aan binnen. Sid ging nota bene vlak naast me zitten. Hij was totaal out van de heroïne en wist volgens mij nauwelijks waar hij was. Ik had een vrijkaartje voor een ander concert de volgende dag en daar heeft Sid toen zijn handtekening op gezet. Ik kwam dat kaartje laatste tegen in een hoes van een Sex Pistols bootleg. Ik stopte vroeger altijd kaartjes en zo in platenhoezen. Ik wist ook de datum van dat concert die op het kaartje stond. Het was op donderdag 2 augustus 1978.

Ik zat een jaar of drie geleden bij de kapper die mij vertelde dat hij platen verzamelde van Nederlandse punkbands. Laatst had hij de 12 inch van The Bugs aangeboden gekregen. Ik dacht dat hij mij in de maling nam maar hij bleek echt niet te weten dat ik zelf in die band had gespeeld. Ik heb degene die de plaat aanbood gebeld en die vroeg er ƒ 50,- voor. Hij zei dat hij er veel geld voor vroeg omdat Joost Swarte de labels en hoes had ontworpen en die dingen erg gezocht zijn bij verzamelaars die alles van Joost Swarte compleet willen hebben. Ik zei dat ik het een leuk verhaal vond, maar dat ik zelf op die plaat speel en hem graag wilde hebben maar zeker geen 50 gulden ervoor ging betalen. Hij gaf me gelijk en uiteindelijk kreeg ik hem voor ƒ 12,50 wat hij er zelf voor betaald had. Die plaat is trouwens goed verkocht, de eerste persing van 1250 was in twee weken uitverkocht, hoewel niet echt representatief voor de band. The Bugs waren veel harder dan uiteindelijk op die plaat terecht is gekomen. Dat kwam ook omdat Dirk Polak en Hansje Joustra een wat commerciëler product wilden maken omdat ze dachten dat het wel wat kon worden met die band. We zijn toen zelfs gedraaid op Hilversum 3.

De gitarist van 1,2,3 (Willy) was een grote Jimi Hendrix-fan. De broer van zanger Robbie was drummer en was een jaar of twaalf en mocht nog geen bier drinken. De rest van de band zoop als een ketter maar hij dronk alleen maar Fanta, wat ook zijn bijnaam werd (een ander dus dan Fanta van Gotterflies). Robbie is nu hovenier geworden bij de gemeente Amstelveen.

The Speedtwins uit Arnhem hebben ook nog in Paradiso gespeeld. Toen waren Yvette en Nicole er ook en die hebben een grote plastic injectiespuit volgepist in het damestoilet en daarmee de bassiste (Bessy Turf) van Speedtwins ondergespoten. Martijn de Jonge heeft daar nog een prachtige foto van gemaakt. Die optredens waren trouwens erg slecht hoewel de Football Song en My Generation van The Who als cover wel goed waren.

Een toen al zeer professionele band was in die tijd The Rousers. Die zetten voor elk optreden nieuwe snaren op hun gitaren en hadden een professionele manager (Peter Dispa). De bassist van The Rousers is heel jong overleden aan een hartaanval.

Kees: Kun je nog mensen noemen die je kent die geïnterviewd zouden kunnen worden?
Carlo
: Ik zou zeker Peter Sinnige van Bugs benaderen, die kan heel veel vertellen over die tijd. Hij is ook geïnterviewd voor het boek 25 jaar Paradiso. In dat boek staat ook een lijst met alle optredens die ooit in Paradiso zijn geweest. Er staan trouwens wel fouten in. Op 3 juni 1979 zou Ivy Green samen met X Ray Spex gespeeld hebben. Ik ben daar geweest die avond en X Ray Spex is nooit op komen dagen. Ivy Green heeft wel gespeeld en de hoofdact was Stinky Toys, een Franse punkband. Peter was altijd heel brutaal in het benaderen van bands in de kleedkamer. Hij klom via het podium backstage en ging met die bands zitten praten. Wij gingen er alleen op af als we er door mochten via het kantoor van Paradiso.

Daarnaast kan je Herman de Tollenaere nog vragen, die zong in Cheap‘n’Nasty en maakte het fanzine Pin. De zanger van Bugs Ronald Tang is verdwenen, die ambieerde een solocarrière maar daar is niks van terecht gekomen. Later hoorde ik van iemand die ik op straat tegen kwam dat Ronald een platenzaak in Utrecht is begonnen maar dat dat ook niet goed is afgelopen. Dirk Polak is ook een goede om eens te vragen, die heeft veel meegemaakt. Misschien nog Ronald v.d. Brink van God’s Heart Attack.